Samenvatting basisstof 3,
De nieren zijn belangrijke organen in je lichaam. Ze zitten boven je buikholte en achter je maag en lever. De nieren hebben ook belangrijke slagaders, deze heten nierslagaderen. In deze slagaderen stoomt zuurstofrijk bloed naar de nieren toe dat schadelijke en overtollige afvalstoffen bevat. De nieren verwijderen deze uit het bloed. Door de nier aderen stroomt het gezuiverde bloed weer van de nieren af.
Een nier heeft meerdere delen waaruit het bestaat. Het bestaat uit het nierschors, niermerg en de nierbekken. In de nierbekken wordt urine verzameld (alle verwijderde stoffen samen) en dat urine wordt weer via de urineleiders naar de urineblaas afgevoerd.
urine wordt samengesteld en dat gaat niet altijd geleidelijk. Het hangt af van bijvoorbeeld hoeveel je gedronken hebt, want als je veel vocht in je lichaam hebt dan ziet je urine er lichtgeel tot doorzichtig uit. De kleur word bepaald door de hoeveelheden water, zouten en afvalstoffen in je lichaam. Als overtollige zouten, afvalstoffen en water word uitgescheiden dan wordt de samenstelling van het inwendig milieu constant gehouden. Je kan houd aan je urine zien of je gezonde voedingstoffen op genomen hebt of juist iets tekort komt.
Samenvatting basisstof 4,
Naast je organen zoals je lever en nieren, is je huid ook een orgaan. De huid werkt goed als een soort beschermlaag tegen infecties, uv-straling, uitdroging en beschadigingen. De huid bestaat uit de opper -en lederhuid.
De kiem -en hoornlaag zijn weer twee uitleensplitsingen van de opperhuid. Het verschil tussen de twee lagen is dat de kiemlaag kort gezegd bestaat uit levende cellen, en de hoornlaag bestaat uit dode cellen. (Een voorbeeld van de hoornlaag en zijn dode cellen zijn eeltplekken onder je voeten)
De cellen van de kiemlaag krijgen voedingstoffen en zuurstof via de weefselvloeistof vanuit de lederhuid, omdat er in de opperhuid geen bloedvaten zitten.
De donkere kleurstof in je huid heet pigment en dit beschermt je tegen uv-straling in zonlicht.
Je hebt op je huid ook haren zitten. Deze steken als het ware door je opperhuis heen. Onder je huid zit het haartje vast aan een haarzakje en dit is een uitstulping van de kiemlaag in de lederhuid. In deze haarzakjes bevinden zich talg klieren die de haren en de hoornlaag soepel houden.
Zweetklieren, haarspiertjes en zweetknaaltjes (zintuigen en uitlopers) bevinden zich in de lederhuid. Onderhuidse bindweefsel ligt onder je huis en daar ligt ook vet opgeslagen in vetcellen. Vetcellen zijn grote vacuoles waarin vet opgeslagen is. Het dient als reserve voedsel.
Je weet als het goed is dat de mens een zoogdier is. En zoogdieren hebben een lichaamstemperatuur van 37 graden die vrijwel constant is. Het blijft ook constant als de warmteafgifte en de warmteproductie hetzelfde is.
Als je warm word, dan gaan de bloedvaten wijder open staan (want het bloed is vloeistof en dat zet zich uit bij verwarming). Ook de kleur van je huid wordt roder en je begint te zweten. Het zweet dat zich in het lichaam bevindt verdampt en hierdoor koelt het lichaam zich af.
Je warmteproductie word vergroot als je het koud hebt. Je gaat bijvoorbeeld veel meer verbanden. Het tegenovergestelde gebeurd bij een koude lichaamstemperatuur. Hierbij worden je bloedvaten juist nauwer. En het gevolg hiervan is dat je bleker wordt. Bij zoogdieren en vogels zorgen de haren en de veren ervoor dat het word gebruikt als een soort isolerende laag. De spiertjes die zijn verbonden met de haren en veren zorgen ervoor dat ze overeind gaan staan. Bij mensen noem je dit 'kippenvel'.
Basisstof 3 begrippen,
- nieren = Organen die schadelijke stoffen uit het bloed verwijderen.
- nierslagaders = slagaders waar zuurstofrijk bloed doorheen stroomt naar de nieren.
- nieraders = aders waarvan het gezuiverde bloed van de nieren af stoomt.
- nierschors = de plek waar uitscheiding van water, afvalstoffen en overtollige zouten plaatsvindt.
- niermerg = de plek waar uitscheiding van water, afvalstoffen en overtollige zouten plaatsvindt.
- urine = de verwijderde schadelijke stoffen.
- nierbekkens = de verzamelplaats van urine.
- urineleiders = hierin word het urine afgevoerd naar de urineblaas.
- urineblaas = tijdelijke opslagplek van urine.
- urinebuis = de afvoerbuis van urine. (plasbuis)
Basisstof 4 begrippen,
- opperhuid = de huid die bestaat uit de kiem -en de hoornlaag.
- kiemlaag = een laag die bestaat uit levende cellen.
- hoornlaag = een laag die bestaat uit dode cellen.
- eelt = een dikke kost van dode cellen op de opperhuid.
- pigment = donkere kleurstoffen in je huid.
- haren = beschermende delen die uit de opperhuis steken.
- haarzakje = een uitstulping van de kiemlaag.
- talgklieren = klieren die talg afscheiden.
- talg = een vettige stof die de haren en de hoornlaag beschermt.
- haarspiertjes = zintuigen van uitlopers en zenuwcellen.
- zweetklieren = zintuigen van uitlopers en zenuwcellen.
- zweetkanaaltjes = zintuigen van uitlopers en zenuwcellen.
- pijnzintuigen = een punt waarin pijn waar wordt genomen.
- pijnpunten = een punt waarin pijn waar wordt genomen.
- onderhuidse bindweefsel = bindweefsel onder de huid.
- vetcellen = een plak waar vet opgeslagen word in grote vacuolen.
- warmteproductie = de hoeveelheid moeite dat gedaan word om het lichaam warm te houden.
- warmteafgifte = het afgeven van warmte vanaf het lichaam door bijvoorbeeld te zweten.
- zweet = vloeistof die je aanmaakt als je intensief beweegt, en daardoor weer afkoelt.
Vragen basisstof 3 en 4,
1. D
2. A
3. Tussen de kiemlaag en de hoornlaag.
4. Het eerste wat te zien is, is dat de haarspiertjes gespannen staan. en dat er is een dikkere isolerende luchtlaag ontstaan.